Dat ik dingen vaak te licht inschat, is echt een onwelkome eigenschap. Hard leers noemt mijn moeder het ook wel. Nu had ik de operatie echt niet gezien als appeltje-eitje, maar jemig, wat is dat een hel zeg. Van alles vooraf, zoals het nuchter blijven; bang zijn dat je toch automatisch iets eetbaars in je mond stopt. De voorbereiding op de operatiekamer tot het wakker worden gemaakt en pijn hebben. Nee, ik kan niet zeggen dat het een leuke ‘het viel me alles mee’-ervaring is geweest.
Wat ik dan wel verwacht had, weet ik ook niet precies. Misschien wilde ik er ook niet op voorhand te veel over nadenken. Je ligt op zo’n tafel te wachten tot de operatie gaat beginnen. De dokter spreekt alles nog een keertje met je door en ondertussen kijken al die operatiemeisjes je zo eng aan. Dat viel me de vorige keer dat ik een lisexicie kreeg ook al op. Totaal geen humor waarderend, Iedereen weet dat awkward grapjes het grappigst zijn. Ze keken een beetje bangig zelfs? Misschien ook niet gek als zij precies weten wat er gaat gebeuren nu ik er zo over nadenk.
Maar oké. Je ligt daar en je probeert niet na te denken over wat er zo meteen gaat gebeuren. Je weet dat je zo meteen buiten bewustzijn raakt en dat ze van alles met je gaan doen wat je straks niet meer weet (gelukkig maar). Die stommebeen steunen worden al erin gezet en de gedachte dat jij straks met je benen wijd in vol ornaat met scharen, tangen, klemmen en messen van binnen in je hoehah onder handen wordt genomen, dat beeld, breekt je spirit op dat moment toch wel een beetje. Tot dusver niet te veel erover nadenken: mislukt.
Het hele wakker worden is niet zo bijzonder. Je slobbert een ijsje naar binnen, luistert hoe een vrouw weeën heeft en een ruggenprik krijgt. Medelijden voerde de boventoon op dat moment. Shotje ketamine maakt je lekker woozie en je wordt op het gemak teruggereden naar de afdeling. Gynaecologie lag vol, dus ik mocht tussen de “gewone” patiënten liggen.
In het gezelschap van een katheter en een buurvrouw die haar plassen deed op een po stoel, lag ik, met de gordijnen dicht, te vechten tegen de misselijkheid. “Ja, de misselijkheid komt zo ineens opzetten”. Gatverdamme, ik heb al een hekel aan spugen als ik te veel heb gedronken, laat staan als ik broodnuchter ben. Trots op mezelf, ik heb niet gespuugd. Stug alles blijven wegslikken is het trucje.
Fast forward: dag vier na de operatie en ik denk oprecht dat dit mijn dinsdag-dopamine-dip-dag is. De baarmoeder, mijn baarmoeder, ligt nu ergens in een laboratorium, klaar om in plakjes gesneden te worden om te kunnen bekijken onder de microscoop.
Krijgt iemand het wel eens mee naar huis wat ze weggehaald hebben? Net als een verstandskies in een zakje? “Alstublieft, mevrouw de Wit, uw baarmoeder. Vergeet u niet iedere twee weken het sterke water te verversen”, geen idee of dat moet, het is natuurlijk geen vissenkom. “Oh mevrouw de Wit, we sturen uw eileiders na met de post. Die kunt u met een week verwachten”.
Wordt dan dat deel van jou gewoon weggegooid in de groene afvalbak van het ziekenhuis? Het is wel van mij. Of tenminste, dat was het. Het is wel het huisje waar mijn kindjes ingegroeid zijn. Dat ligt nu in plakjes op iemands bureau.
Maar goed, het kan altijd erger. Er zijn vast culturen waar het, net als de moederkoek, opgegeten wordt voor de eeuwige jeugd of het eeuwige leven. Of het wordt aan jonge maagden gegeven voor extra vruchtbaarheid. Oké, mijn fantasie gaat op de loop. Tijd voor een dutje.
Geef een reactie