Door mijn werk krijg ik de gelegenheid om de verhalen van anderen op te schrijven, maar steeds vaker voel ik de behoefte om ook mijn eigen ervaringen en gedachtes op papier over te brengen. Niet omdat ik aandacht wil met de dingen die ik meemaak, maar omdat ik graag, door mijn verhaal te delen, iemand wil helpen die hetzelfde of iets soortgelijks meemaakt. Een van de naarste gevoelens die ik door de jaren heen heb gevoeld, is het gevoel te hebben dat je ergens alleen in bent. De enige die dit heeft. Tot mijn, misschien wel verbazing, heb ik geleerd dat het tegendeel waar is. Alleen niemand praat erover. Dat probeer ik nu dus te doorbreken door mijn verhalen te vertellen en ze te noemen: ‘Het leed dat.. heet’. Natuurlijk niet alleen maar negatief, positief is net zo welkom. Waar het vooral om draait zijn: eerlijkheid, openheid en herkenbaarheid.

‘Het leed dat.. het begin heet’

Ik weet momenteel niet zo goed of nou het begin van zo’n afvaltraject een uitdaging moeilijk is of het langere termijn-gedeelte: het echte volhouden aan je nieuwe gewoontes. Gerrit noemt het traject bewust een marathon en geen sprint. Tja.. ik vind sprintjes trekken veel leuker. Je hebt mega snel resultaat en je krijgt snel het goed-gevoel. Is dat ook op de langere termijn het geval? Nah, vaak niet. Op die manier leer je namelijk niet je gewoontes en gedachtegang aan te passen, maar gewoon even door te bikkelen tot je er bent, wat eigenlijk het makkelijke gedeelte is.

Het begin is lastig. Je moet nog wennen aan alle nieuwe dingen. Momenten waarop je op de bank zit met een boek, een kat en een kopje thee en denkt: ‘een koekje of een lekkere truffelkruidnootje zou wel heel erg lekker zijn nu’. Het reconditioneren van je denken, man, dat is kak. Echt honger heb je niet, want je mag oprecht veel eten. Voedsel dat echt lekker is en vult, maar het toch niet haalt bij het lekkere van een slagroomsoesje of die f*cking oliebollenkraam, waar je gek genoeg nooit kwam, maar nu echt heen moet.

Iets lekkers mag gewoon he, je mag gewoon je leven blijven leven. De gedachte dat je dit moet zien als afkicken kwam laatst bij mij naar boven. Het stoppen met het gebruik van suiker is denk ik vergelijkbaar met stoppen met bijvoorbeeld roken of het drinken van koffie. In het begin kan je bijna aan niets anders denken. Je voelt je onrustig en weet eigenlijk niet zo goed wat je met jezelf aan moet. Toch begin je na een paar dagen best momenten te hebben, dat je denkt: ja, zo is het oké, ik kan dit prima. Op langere termijn denk ik best dat je dan af-en-toe iets lekkers kan eten. Dit gezegd hebbende zijn ex-rokers vaak weer gaan roken, omdat 1 sigaretje toch geen kwaad kan. Hmm, dat geeft stof tot nadenken.

 Het gebruik van een app om je voedselinname in te zien is een goede manier om je bewust te worden van wat je binnenkrijgt. Er staan recepten al voorgesteld, rekening houdend met het aantal calorieën en nutriënten dat je binnen mag krijgen op een dag. Helaas heb ik in mijn geval heb ik ‘wat de boer niet kent, vreet ik niet’-kinderen. Die hebben dus al een paar dagen geen fatsoenlijk avond gegeten, dus daarin moet ik weer terug naar het AGV-tje. Niets mis met een bord vol wortels.

Even voor de leuk: ik heb Mike gisteren zelfs zo ver gekregen dat hij vegetarisch gehakt heeft gegeten, en hij vond het nog best lekker ook. Ik quote: ‘het verbaast me nog hoeveel smaak eraan zit’. Hatsa, weer een wereldwonder erbij!

Dus al met al: het gaat best, maar zonder echt zichtbare resultaten zoals die broek die weer dichtgaat, is het lastig om altijd maar te visualiseren waar je het voor doet. Daarentegen zou het erger zijn als je helemaal niet de stap had gezet naar, zoals Gerrit het zegt, de stap naar de rest van je leven.

Reacties

Geef een reactie